potlood - WikiWoordenboek (original) (raw)

[1] Een potlood.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord potlood potloden
verkleinwoord potloodje potloodjes

Zelfstandig naamwoord

het potlood o

  1. (teken- en schrijfmateriaal) schrijfgerei met een zachte stift vervaardigd van klei en grafiet ingebed in een houten huls
    • Deze tekening is met een potlood gemaakt.
  2. grafiet
  3. (anatomie), (informeel) mannelijk geslachtsorgaan, penis
    • Ik heb een stijve potlood.
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. schrijfgerei met een zachte stift vervaardigd van klei en grafiet ingebed in een houten huls

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "potlood" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord potlood potlode

Zelfstandig naamwoord

potlood

  1. potlood
Schrijfwijzen

Meer informatie

Zeeuws

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

potlood

  1. potlood

Meer informatie