pram - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord pram prammen
verkleinwoord prammetje prammetjes

Zelfstandig naamwoord

de pram v

  1. (verouderd) elk van de borsten van een zogende vrouw
  2. (verouderd) de vrouwenborst in het algemeen
  3. (verouderd) de uier van een zoogdier
Synoniemen
Vertalingen

1. elk van de borsten van een zogende vrouw

Duits: Brust (de) v Engels: breast (en)

2. de vrouwenborst in het algemeen

Duits: weibliche Brust (de) v Engels: breast (en)

3. de uier van een zoogdier

Duits: Euter (de) o Engels: udder (en)

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. "pram" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
pram prams

Zelfstandig naamwoord

pram

  1. (afkorting), (verkorting), (verkeer) kinderwagen (VK)
  2. (scheepvaart) praam
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen
Typische woordcombinaties

een kinderwagen duwen