prediking - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- pre·di·king
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van prediken met het achtervoegsel -ing[1]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | prediking | predikingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
de prediking v
- (religie) het prediken
▸ "Het Landschap met de prediking van de H. Drogo" is een doek van 144 op 424 centimeter. In een breed landschap staat de heilige pelgrim met herdersstaf en hond, omringd door zieken en kreupelen die naar hem opkijken.[2]
Verwante begrippen
Gangbaarheid
- Het woord prediking staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "prediking" herkend door:
| 75 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 75 % | van de Vlamingen.[3] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.