printen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
printen printte geprint
zwak -t volledig

Werkwoord

printen

  1. het vanaf de computer op papier afdrukken met een printer
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1.

Engels: print (en) Spaans: imprimir (es), estampar (es)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be