prof - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
1 enkelvoud meervoud
naamwoord prof proffen
verkleinwoord profje profjes
2 enkelvoud meervoud
naamwoord prof profs
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de prof m

  1. verkorte van van professor
  2. verkorte vorm van professional (bn: professioneel)
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "prof" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. prof op website: Etymologiebank.nl
  3. prof op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

prof m / v

  1. (spreektaal) leraar, lerares
    «La prof d’anglais, elle est trop bonne, mais elle file des sales notes!»
    De lerares Engels is ontzettend aardig, maar ze geeft beroerde cijfers! [1]

Verwijzingen

  1. Wouw, Berry van de, Woordenboek populair Frans - Nederlands. Woordenboek van het Frans dat u op school nooit leerde, 2e druk, Breda: Uitgeverij Arti-Choc, 2014; p. 170