professor - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord professor professorenprofessors
verkleinwoord professortje professortjes

Zelfstandig naamwoord

de professor m

  1. (wetenschap) (beroep) de aanspreektitel voor een hoogleraar
    • Professor is in Nederland de aanspreektitel voor een hoogleraar, terwijl het in Vlaanderen de aanspreektitel is van docenten aan een academische instelling (universiteit en sommige hogescholen).
      Ook kenners maken zich zorgen, zoals professor Bongers. Hij werkt bij de universiteit.[2]
  2. (schertsend) een geleerd aandoend persoon
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. de aanspreektitel voor een hoogleraar

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "professor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink Weblink bron
    nieuwsbegrip.nl
    “Bosbranden in het Amazonegebied” (26-8-2019), CED-groep
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be