profiteren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
profiteren profiteerde geprofiteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

profiteren [3] [4]

  1. inergatief ~ van baat hebben bij iets, winst boeken van iets
    • De speculanten trachtten te profiteren van de onzekerheid rond de euro.
    • En het is niet alleen de landbouw die profiteert van een hogere bevolkingsdichtheid. [5]
      "Absoluut nodig", noemde parlementslid Augusta Montaruli van Meloni's partij het voorstel in een interview met persbureau Reuters. "Als iemand hoopt te profiteren van juridische onduidelijkheid, dan kan dat niet met ons." Op een verzoek van de NOS om die uitspraak te specificeren, wilde Montaruli niet ingaan.[6]
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. "profiteren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. profiteren op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Volkskrant Hidde Boersma18 januari 2019 Bevolkingsgroei maakt een welvarend en groen Afrika mogelijk
  6. Bronlink geraadpleegd op 13 april 2025 Weblink bron
    Heleen D'Haens
    “Hennepverbod Italië wekt verbazing: 'net zo gevaarlijk als een kerstomaatje'” (13 april 2025), NOS
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be