rad - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Gelijkklinkende woorden
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
1-2 enkelvoud meervoud
naamwoord rad raderen
verkleinwoord raadjeradjeradertje raadjesradjesradertjes
3 enkelvoud meervoud
naamwoord rad radden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

het rad o

  1. (werktuigbouwkunde) wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water [4]
    Het principe van de nieuwe techniek om water te ,brassen' is eenvoudig: de windmolen doet in het water een schoepenrad draaien. Dat rad brengt de temperatuur en de hoeveelheid zuurstof in het water in evenwicht.[5]
  2. (juridisch), (historisch) strafwerktuig bestaand uit een wiel dat is bevestigd op een houten paal, waarna het gefolterde lichaam van een veroordeelde hierop wordt gelegd
    • De misdadiger werd op het rad gezet.
  3. (Bargoens) grote munt [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Wie het minste van een zaak af weten, zijn juist geneigd het meest hierover te roeptoeteren (vgl. de beste stuurlui staan aan wal)

Gezegd van iemand die of iets wat ergens prima bij gemist kan worden

Iemand op gemene, slinkse wijze bedriegen of misleiden

Vanaf de jeugd een levenspad volgen dat later waarschijnlijk naar criminaliteit leidt

Vertalingen

1. wielvormig voorwerp dat kracht overbrengt binnen een machine of op het water

stellend vergrotend overtreffend
onverbogen rad radder radst
verbogen radde raddere radste
partitief rads radders -

Bijvoeglijk naamwoord

rad

  1. snel, vlot [3]
    • Mede dankzij zijn radde acties heeft hij haar leven kunnen redden.
Uitdrukkingen en gezegden

Veel, snel en/of goed kunnen praten, welbespraakt zijn

Afkorting

rad

  1. (eenheid) SI-eenheid voor hoek (symbool voor radiaal)
  2. (eenheid) eenheid van geabsorbeerde radioactieve straling (afkorting voor radiation)
Anagrammen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. "rad" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2 rad op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2 rad op website: Etymologiebank.nl
  4. rad op website: Etymologiebank.nl
  5. Bronlink geraadpleegd op 17 december 2022 “Windomolen in vijver” (29 augustus 2001), Het Nieuwsblad
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Nedersorbisch

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

rad

  1. graag
    «Pijom rad piwo.»
    Ik drink graag bier.
Schrijfwijzen

Oudhoogduits

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

rad

  1. snel

Pools

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

rad m

  1. (scheikunde), (element) radium (Ra).
Afgeleide begrippen
Afkorting

rad

  1. (wiskunde) radiaal.

Slowaaks

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

rad m

  1. rij

Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

rad

  1. genitief meervoud van rada