regenboog - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord regenboog regenbogen
verkleinwoord regenboogje regenboogjes

Zelfstandig naamwoord

de regenboog m

  1. een natuurfenomeen dat na regen als een verschijnende veelkleurige boog te zien is
    • Het uitzicht over het diepe dal was des te indrukwekkender omdat er een prachtige regenboog verscheen.
Afgeleide begrippen
regenboogamazilia regenboogbaardvogel regenboogbijeneter regenboogboa regenboogcoalitie regenboogdoornsnavel regenboogforel regenbooggors regenbooggoudwesp regenbooghandschoen regenboogincakolibrie regenboogjacht regenboogjufferduif regenboogkind regenboogklasse regenboogkleur regenboogkleurig regenbooglipvis regenbooglori regenboognatie regenboogpak regenboogparkiet regenboogpitta regenboogrussula regenboogsprinkhaan regenboogtaal regenboogtricot regenboogtrui regenboogvlag regenboogvlies regenboogzebrapad
Vertalingen

1. een natuurfenomeen dat na regen als een verschijnende veelkleurige boog te zien is

Afrikaans: reënboog (af), reentboog (af) Arabisch: قوس قزح (ar) m Armeens: ծիածան (hy) Deens: regnbue (da) g Duits: Regenbogen (de) m Engels: rainbow (en) Esperanto: ĉielarko (eo) Fins: sateenkaari (fi) Frans: arc-en-ciel (fr) m Fries: reinbôge (fy) g Grieks: ουράνιο τόξο (el) o Hawaïaans: ānuenue Hongaars: szivárvány (hu) Ido: ciel-arko (io) IJslands: regnbogi (is) m Italiaans: arcobaleno (it) m, iride (it) v Japans: (ja) Koreaans: 무지개 (ko) Limburgs: raengerbaog (li) m, varfsbaog (li) m Mongools: солонго (mn) Noors: regnbue (no) g Papiaments: régenbog Perzisch: رنگین‌کمان (fa) Pools: tęcza (pl) v Portugees: arco-íris (pt) m Roemeens: curcubeu (ro) o Russisch: радуга (ru) v Servo-Kroatisch: duga (sh) v Slowaaks: dúha (sk) v Spaans: arco iris (es) m Tagalog: bahag-hari (tg) Tamil: வானவில் (ta) Tsjechisch: duha (cs) v Turks: gökkuşağı (tr) Zweeds: regnbåge (sv) g

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "regenboog" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be