rekel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rekel rekels
verkleinwoord rekeltje rekeltjes

Zelfstandig naamwoord

de rekel m

  1. (scheldwoord) ondeugende jongen
    • Lelijke rekel!
  2. (dierkunde) mannetje van de hond, de vos, de wolf en de das
Verwante begrippen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. mannetje van de hond, de vos, de wolf en de das

Gangbaarheid

77 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "rekel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. rekel op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be