remschoen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

remschoen van een molen

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord remschoen remschoenen
verkleinwoord remschoentje remschoentjes

Zelfstandig naamwoord

de remschoen m

  1. deel van een rem waar een bewegend en een stilstaand deel tegen elkaar drukken
Synoniemen
Vertalingen

1. deel van een rem waar een bewegend en een stilstaand deel tegen elkaar drukken

Gangbaarheid

53 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. remschoen op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be