rendez-vous - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rendez-vous rendez-vous
verkleinwoord rendez-voustje rendez-voustjes

Zelfstandig naamwoord

het rendez-vous o [3]

  1. afgesproken samenkomst (vooral van geliefden)
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "rendez-vous" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. rendez-vous op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
rendez-vous le rendez-vous rendez-vous les rendez-vous

Zelfstandig naamwoord

rendez-vous m

  1. afgesproken samenkomst, afspraak
  2. (pregnant) afspraakje van geliefden
  3. plaats van de afgesproken samenkomst, afspraak
  4. plek waar veel dieren samenkomen (om te jagen, te drinken e.d.)
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
rendre

rendez-vous

  1. tweede persoon meervoud onvoltooid tegenwoordige tijd (indicatif présent) van rendre
  2. tweede persoon meervoud gebiedende wijs (impératif présent) van rendre