resultaat - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord resultaat resultaten
verkleinwoord resultaatje resultaatjes

Zelfstandig naamwoord

het resultaat o

  1. een uitkomst
    • De resultaten van het proefwerk waren bedroevend slecht.
      Mentaal sterke mensen: .... Verwachten niet onmiddellijk resultaten.[1]
      'Zodra iets “goed” wordt gevonden, trekt het mensen aan, niet zelden met als resultaat de uiteindelijke ondergang van de maker.[2]
Hyponiemen
analyseresultaat bedrijfsresultaat behandelresultaat beleggingsresultaat brutoresultaat eindresultaat examenresultaat groepsresultaat grootmeesterresultaat halfjaarresultaat jaarresultaat kwartaalresultaat meesterresultaat meetresultaat milieuresultaat onderhandelaarsresultaat onderhandelingsresultaat onderzoeksresultaat opleidingsresultaat projectresultaat recordresultaat renteresultaat scheerresultaat sportresultaat studieresultaat testresultaat toetsresultaat totaalresultaat tussenresultaat verkiezingsresultaat verkoopresultaat verkoopsresultaat wasresultaat zoekresultaat
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. een uitkomst

Duits: Ergebnis (de) o Engels: result (en) Frans: résultat (fr) Noors: resultat (no) Nynorsk: resultat (nn) Papiaments: resultado Spaans: resultado (es) m Zweeds: resultat (sv)

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen


  1. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia

  2. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be