riem - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord riem riemen
verkleinwoord riempje riempjes

Zelfstandig naamwoord

de riem m

  1. band van leer of een vergelijkbaar sterk en soepel materiaal
    • Hij droeg altijd een riem omdat anders zijn broeken niet lekker zaten.
      Tijdens het liften naar het boerendorp Trout Lake, verscholen in de bergen van Washington, werd ik opgepikt door een vriendelijke, oude man in een versleten tuinbroek, houthakkersoverhemd en een pistool aan zijn riem.[10]
  2. (techniek) steel zn [1] met een bladvormig uiteinde, bedoeld om een vaartuig voort te bewegen door het blad in het water te steken en een duwende beweging te maken
    • Omdat hij niet wist hoe hij de riem goed vast kon houden, roeide hij erg langzaam.
  3. (eenheid) hoeveelheid papier voor het drukken van 20 boeken, eerst 480 later 500 vellen
  4. grootverpakking met tiental pakjes sigaretten
    Tien pakjes met 20 sigaretten is een gangbare hoeveelheid, maar andere aantallen zijn ook mogelijk.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

stoppen met werken [11] - variant: "Er pap opleggen"

hard zijn best doen

Stoett-1928 [12]

Stoett-846 [13]

het is gemakkelijk van andermans eigendom/geld te tracteren

iemand moed inspreken

het moeten doen met dat wat je hebt

Vertalingen

1. een band van leer of een ander materiaal

2. steel met een bladvormig uiteinde, bedoeld om een vaartuig voort te bewegen

3. hoeveelheid papier voor het drukken van 20 boeken, eerst 480 later 500 vellen

Werkwoord

vervoeging van
riemen

riem

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van riemen
    • Ik riem.
  2. gebiedende wijs van riemen
    • Riem!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van riemen
    • Riem je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[14]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Oudnederlands Woordenboek
  3. riem (leren band) op website: Etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Oudnederlands Woordenboek
  6. riem (roeispaan) op website: Etymologiebank.nl
  7. 1 2 "riem" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  8. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  9. riem (hoeveelheid papier) op website: Etymologiebank.nl

  10. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  11. www.dbnl.org
  12. www.dbnl.org
  13. www.dbnl.org
  14. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be