rif - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord rif riffen (in betekenis 1 en 3)
verkleinwoord rifje rifjes
enkelvoud meervoud
naamwoord rif reven (in betekenis 2)
verkleinwoord rifje rifjes

Zelfstandig naamwoord

het rif o

  1. (geologie) een ondiepte in water, koraalbank, klip
    "De beste manier om riffen te beschermen is het stoppen van de klimaatverandering", zegt koraaldeskundige Mark Eakin tegen persbureau AP. "Dat betekent dat we de uitstoot door het verbranden van fossiele brandstoffen moeten terugdringen. Al het andere is eerder een soort van pleister dan een oplossing."[2]
  2. (techniek), (scheepvaart) bij windmolens en zeilschepen: een strook van het zeiloppervlak dat tijdelijk kan worden opgevouwen of opgerold
    • "De wind is te sterk, we zullen een rif ", of misschien wel twee, moeten steken."
  3. lichaam van een mens of dier, geraamte
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. een ondiepte in water, koraalbank, klip

2. een strook van het zeiloppervlak dat tijdelijk kan worden opgevouwen of opgerold

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "rif" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 23 april 2025 Weblink bron “Meer dan 80 procent van koraalriffen lijdt onder hittestress, mogelijk onherstelbaar” (23 april 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

IJslands

Zelfstandig naamwoord

rif o

  1. (anatomie) rib