rok - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Gelijkklinkende woorden
Woordafbreking
- rok
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord via Middelnederlands roc van Oudnederlands rok, in de betekenis van ‘kledingstuk’ aangetroffen vanaf 1100 [1] [2] [3] [4] [5]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rok | rokken |
| verkleinwoord | rokje | rokjes |
Zelfstandig naamwoord
de rok m
- (kleding) een voornamelijk door vrouwen (in o.a. Schotland ook door mannen) gedragen buis- of kegelvormig kledingstuk dat om de taille wordt gedragen en een deel van de benen bedekt
▸ Haar bovenlichaam was volmaakt, haar rok als een stilleven van stof over de vorm haar dijen.[6]
▸ Een jonge jongen in een Schotse rok kwam keihard in een stofwolk de berg af rennen en sprong onmiddellijk op Pogues rug.[7] - (kleding) type avondkleding, rokkostuum
- (beschrijvende plantkunde) membraan [1], omhullend vlies, tunica [3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
[1] kledingstuk
- Het hemd is nader dan de rok
Eigen familie gaat voor
- Iemand achter de rokken lopen/ziten
Iemand (m.n. een vrouw) het hof willen maken, een vrouw proberen te versieren
- Zij heeft geen rok aan haar gat
Die vrouw heeft niets, zij is erg arm
Overerving en ontlening
Vertalingen
1. buis- of kegelvormig kledingstuk
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| rokken |
rok
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rokken
- Ik rok.
- gebiedende wijs van rokken
- Rok!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van rokken
- Rok je?
Gangbaarheid
- Het woord rok staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "rok" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 99 % | van de Vlamingen.[8] |
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ rok op website: Etymologiebank.nl
- ↑ rok op website: Etymologiebank.nl
- ↑ rok op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "rok" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Jessie Burton vert. Marja Borg
“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Afrikaans
Uitspraak
Woordafbreking
- rok
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | rok | rokke |
Zelfstandig naamwoord
rok
Spreekwoorden
Hoogsilezisch
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Proto-Slavische *rokъ
Zelfstandig naamwoord
rok
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Indonesisch
Woordafbreking
- rok
Woordherkomst en -opbouw
- [1] van het Nederlandse "rok"
- [2] van het Engelse "rock"
Zelfstandig naamwoord
rok
- (kleding) rok, jurk
«Murid perempuan memakai blus berwarna putih dan rok berwarna abu-abu.»
Studentes dragen een witte bloes en een grijze rok. - (muziek) rock
Kasjoebisch
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Proto-Slavische *rokъ
Zelfstandig naamwoord
rok
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Oudsaksisch
Zelfstandig naamwoord
rok
- rook; een zichtbaar mengsel van gassen, dampen en fijne vaste deeltjes dat bij verbranding opstijgt
Pools
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Proto-Slavische *rokъ
Zelfstandig naamwoord
rok m
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Slowaaks
Uitspraak
- IPA: /rɔk/
Woordafbreking
- rok
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Proto-Slavische *rokъ
Zelfstandig naamwoord
rok m
- jaar
«Je o dva roky starší ako ty.»
Hij is twee jaar ouder dan jij.
Gelijkklinkende woorden
Verwante begrippen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Tsjechisch
Uitspraak
- IPA: /rɔk/
Woordafbreking
- rok
Woordherkomst en -opbouw
- Afgeleid van het Proto-Slavische *rokъ
Zelfstandig naamwoord
- (tijdrekening) jaar; een periode van 1 januari tot 31 december
«Narodil jsem se v roce 1976.»
Ik ben geboren in (het jaar) 1976. - (eenheid)(tijdrekening) jaar; de duur van een omloop van de aarde om de zon van circa 365 dagen
«Na vojnu se dnes chodí na rok.»
De dienstplicht duur tegenwoordig een jaar_._ - (tijdrekening) jaar; een periode van twaalf maanden of korter verbonden met een bepaalde activiteit
«Školní rok trvá od září do června.»
Het schooljaar duurt van september tot juni. - (tijdrekening) jaar; de duur van de omloop van een planeet om haar ster
«Doba, za kterou Mars oběhne kolem Slunce, se říká marsovský rok.»
De periode, waarin Mars een rondje om de zon draait, wordt een marsjaar genoemd.
Verbuiging
| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | rok | roky | | genitief | roka / roku | roků | | datief | roku | rokům | | accusatief | rok | roky | | vocatief | roku | roky | | locatief | roce / roku | rocích | | instrumentalis | rokem | roky |
Synoniemen
Afkorting
- r.
- –
- –
- –
Gelijkklinkende woorden
Afgeleide begrippen
| čtvrtrok monbezield napřesrok (bw.) narok (bw.) půlrok monbezield | roček monbezield roční růček monbezield |
|---|
Typische woordcombinaties
| astronomický rok monbezield – astronomisch jaar čtvrt roku – een kwart jaar finanční rok monbezield – financieel jaar hospodářský rok monbezield | kalendářní rok monbezield marsovský rok monbezield – mars_jaar_ Nový rok monbezield přestupný rok monbezield | rok výroby monbezield – bouw_jaar_ světelný rok monbezield školní rok monbezield za rok – over een jaar |
|---|
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
Verwijzingen
- Internetová jazyková příručka - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Slovník spisovného jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
- Příruční slovník jazyka českého - Ústav pro jazyk český AV ČR (Tsjechisch)
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Zelfstandig naamwoord
Verbuiging
| | enkelvoud | meervoud | | | ---------------------------------------------------------------------------- | ---------------------------------------------------------------------------------------------- | ------------------------------------------------------------------------------------------------- | | nominatief | rok | roky | | genitief | roku | roků | | datief | roku | rokům | | accusatief | rok | roky | | vocatief | roku | roky | | locatief | roku | rocích | | instrumentalis | rokem | roky |