roulette - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

roulette

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord roulette roulettes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de roulette v / m [3]

  1. (spel) kansspel met een balletje en een ronddraaiende schijf
    • Weinig opwekkend in een weekend waarin premier Renzi roulette speelt met Italië en Europa, en waarin de Oostenrijkers wellicht heel democratisch het allereerste extreemrechtse staatshoofd van het oude West-Europa kiezen. [4]
      Goed én slecht nieuws voor Twentse bezoekers van het casino in Bad Bentheim: de ‘Spielbank’ opent namelijk eind deze maand weer de deuren, maar het casino net over de grens gaat stoppen met de tafelspellen roulette en blackjack. De reden? Een beetje corona, maar vooral het feit dat er geen nieuwe medewerkers voor het casino te vinden zijn.[5]
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "roulette" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. roulette op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. NRC Caroline de Gruyter 2 december 2016
  5. Bronlink Weblink bron
    Bjorn Weinreder
    “Niemand wil croupier zijn in Bad Bentheim: casino stopt met blackjack en roulette” (5-09-2020), Tubantia
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw

une chaise à roulettes - een stoel op wieltjes

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
roulette la roulette roulettes les roulettes

Zelfstandig naamwoord

roulette v

  1. klein wieltje
  2. (spel) roulette
Afgeleide begrippen
Overerving en ontlening

Verwijzingen