ruilen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Ruilen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
ruilen ruilde geruild
zwak -d volledig

Werkwoord

ruilen

  1. (economie) overeenkomen bezit tegen dat van een ander uit te wisselen
    Met uitgestreken gezicht probeerde ik nog van kamer te ruilen, maar het motel zat dat hele weekend vol.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. overeenkomen bezit tegen dat van een ander uit te wisselen

Zelfstandig naamwoord

de ruilen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord ruil

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "ruilen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. ruilen op website: Etymologiebank.nl

  3. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be