sachet - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sachet sachets
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

het sachet o

  1. zakje gevuld met één portie (parfum)
    • Tip 1: Een vale en vermoeid ogende huid knapt in een kwartiertje op met behulp van een masker. Mij bevallen de maskers van het Zuid-Koreaanse merk Starskin erg goed. In een sachet zit een ampul en een Bio-Cellulose sheet. Er is keuze uit een masker tegen veroudering, droogte, dofheid en poriën. [3]
    • Ook vind ik in de tas twee sachets Heinz ketchup en twee zakjes tostisaus, servetjes en een Tosti Club-stempelkaart (met twee stempels). [4]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

84 % van de Nederlanders;
56 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. sachet op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. De Telegraaf 31 dec. 2015 Géén last minute stress met deze tips
  4. Het Parool MONIQUE VAN LOON 11 JANUARI 2019 De tosti's van de Tosti Club komen met gouden korst aan
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
sachet le sachet sachets les sachets

Zelfstandig naamwoord

sachet m

  1. zakje; kleine zak
  2. sachet; klein zakje gevuld met parfums of geurtjes
Overerving en ontlening

Verwijzingen