safari - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord safari safari's
verkleinwoord safarietje safarietjes

Zelfstandig naamwoord

de safari v / m

  1. expeditie in de wildgebieden in Afrika
    • We zijn naar Kenia op safari gegaan.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. expeditie in de wildgebieden in Afrika

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "safari" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

enkelvoud meervoud
safari safaris

Zelfstandig naamwoord

safari

  1. safari

Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
safari le safari safaris les safaris

Zelfstandig naamwoord

safari m

  1. safari

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
safari safari

safari m

  1. safari

Swahili

Zelfstandig naamwoord

safari

  1. reis