saus - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord saus sausensauzen
verkleinwoord sausje sausjes

Zelfstandig naamwoord

de saus v / m

  1. (voeding) een vloeibare substantie die meestal over een gerecht wordt gedaan of ernaast wordt gegeten voor extra smaak
    • Hij houdt erg van sauzen, vooral van knoflooksaus.
  2. een kleurstof
    • Aan deze saus zijn geen extra sauzen toegevoegd.
  3. (figuurlijk) extra toevoeging, bijkomende (en meestal overbodige en/of ongewenste) nuance
    • Een mix van kapitalisme en socialisme, overdekt met een dikke nationalistische saus.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. een vloeibare substantie die meestal over een gerecht wordt gedaan voor extra smaak

Werkwoord

vervoeging van
sauzen

saus

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sauzen
    • Ik saus.
  2. gebiedende wijs van sauzen
    • Saus!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sauzen
    • Saus je?
vervoeging van
sausen

saus

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sausen
    • Ik saus.
  2. gebiedende wijs van sausen
    • Saus!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van sausen
    • Saus je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "saus" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. saus op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

saus

  1. (voeding) saus
Synoniemen