schakel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schakel schakels
verkleinwoord schakeltje schakeltjes

Zelfstandig naamwoord

de schakel v / m

  1. element van een keten of ketting
  2. de verbinding tussen een aantal verschijnselen etc.
    Jamaloodin en Dos Santos werden genoemd door een groot aantal getuigen in de zaak tegen Burney 'Nini' Fonseca, de man die de schakel vormde tussen opdrachtgevers en uitvoerders van de moord. Het Openbaar Ministerie liet in de zaak-Fonseca in het midden of Dos Santos financierder was of opdrachtgever om Wiels te liquideren.[4]
Uitdrukkingen en gezegden

het zwakste onderdeel bepaalt de sterkte van het geheel

Hij was de zwakste schakel in de verdediging.

Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schakelen

schakel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schakelen
    • Ik schakel.
  2. gebiedende wijs van schakelen
    • Schakel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schakelen
    • Schakel je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[5]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "schakel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. schakel op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 2 november 2023 Weblink bron “Justitie op Curaçao stopt vervolging loterijkoning in moordzaak Helmin Wiels” (Dinsdag 23 november 2021, 04:34), NOS
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be