scheef - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen scheef schever scheefst
verbogen scheve schevere scheefste
partitief scheefs schevers -

Bijvoeglijk naamwoord

scheef

  1. niet recht, niet onder een rechte hoek
    • Deze afbeelding maakt gebruik van een scheve projectie.
  2. verkeerd, onjuist
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

jaloers zijn op iemand

het geld is op

ook voor een minder mooi meisje is er een man te vinden)

ongeordend door elkaar heen

hij is gehumeurd

erg scheef

Vertalingen

Hennep_scheven_

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scheef scheven
verkleinwoord scheefje scheefjes

Zelfstandig naamwoord

de scheef v / m

  1. (vlas- en hennepbewerking) stukje houtpijp, houtachtig afvaldeeltje van een vlas- of hennepstengel (in tegenstelling tot de vezels)
Synoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

1. afvaldeeltje van de houtpijp

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen

  1. "scheef" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. 1 2 scheef op website: Etymologiebank.nl
  3. scheef op website: Etymologiebank.nl
  4. scheef op website: Etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be