scherts - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord scherts schertsen
verkleinwoord schertsje schertsjes

Zelfstandig naamwoord

de scherts v / m

  1. grappige of speelse beschouwing of opvatting
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schertsen

scherts

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schertsen
    • Ik scherts.
  2. gebiedende wijs van schertsen
    • Scherts!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schertsen
    • Scherts je?

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "scherts" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. scherts op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be