scheur - WikiWoordenboek (original ) (raw )
In de betekenis van ‘barst’ voor het eerst aangetroffen in 1265 [1] [2]
de scheur v / m
een kloof in een vlies of weefsel
Er zat een scheurtje in zijn jas. ▸ Ook in die wanden zitten scheurtjes . Om dat te herstellen heb je een hele aparte aanpak nodig. Die expertise is in ons kleine landje niet makkelijk te vinden." [3]
1. een kloof in een vlies of weefsel
scheur
eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheuren
gebiedende wijs van scheuren
(bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scheuren
99 %
van de Nederlanders;
100 %
van de Vlamingen.[4]
↑ "scheur" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen , 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org ; ISBN 90 204 2045 3
↑ scheur op website: Etymologiebank.nl
↑ Weblink bron “Plan voor restauratie Soestdijk gepresenteerd: 'Geen gemakkelijke klus'” (3/6/2020), NOS
↑ Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be