scheuren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
scheuren scheurde gescheurd
zwak -d volledig

Werkwoord

scheuren

  1. overgankelijk in twee of meer delen trekken
    • De aardschok scheurde het huis in tweeën.
    • Het huis werd door de aardschok in in tweeën gescheurd.
  2. ergatief langs een inkeping in twee of meer delen uiteenvallen
    • De muur scheurde van boven naar beneden.
    • Die muur is lelijk gescheurd.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. in twee of meer delen trekken

Zelfstandig naamwoord

de scheuren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord scheur

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. scheuren op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be