schijter - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schijter schijters
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

de schijter m

  1. (figuurlijk) een bang persoon
    • Je moet je van de boze en agressieve man weinig aantrekken, eigenlijk is het maar een bange schijter
  2. iemand die veel en vaak ontlasting heeft
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be