schoondochter - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schoondochter schoondochters
verkleinwoord schoondochtertje schoondochtertjes

Zelfstandig naamwoord

de schoondochter v

  1. (familie) de vrouw van een zoon of dochter
Verwante begrippen
Vertalingen

1. de vrouw van een zoon of dochter

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. schoondochter op website: Etymologiebank.nl
  2. "schoondochter" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be