de hoedanigheid prachtig en aantrekkelijk te zijn ▸ Ik begon de schoonheid om mij heen weer te zien en de prachtige uitzichten te waarderen en bijna als vanouds sprong ik in elk meertje dat ik tegenkwam.[2] ▸ Hier zie ik een godvruchtig oog voor de schoonheid van basisbenodigdheden.[3] ▸ Je kunt geloven dat er sprake was van schoonheid en moed, ervan overtuigd zijn dat je ooit zo was, maar je kunt het nooit zeker weten.[3]
iemand (in het bijzonder een vrouw) die schoonheid bezit ▸ Deze vos is volgzaam maar sterk, een schoonheid.[3] ▸ Saskia Mulder, een struise blonde die door onze wat oudere medewerkers ongetwijfeld wordt gezien als een volkse schoonheid, werkte al.[4]