schrijnwerker - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schrijnwerker schrijnwerkers
verkleinwoord schrijnwerkertje schrijnwerkertjes

Zelfstandig naamwoord

de schrijnwerker m

  1. (beroep) een houtbewerker en maker van kasten en meubels
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

1.

Catalaans: ebenista (ca) Duits: Schreiner (de) Tischler (de) Engels: cabinetmaker (en) joiner (en) Frans: ébéniste (fr) m Italiaans: stipettaio (it) m Papiaments: schrijnwerker m Spaans: ebanista (es) m

Gangbaarheid

76 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. schrijnwerker op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be