schuit - WikiWoordenboek (original) (raw)

Een klein type schuit

Een schuitje van een weefgetouw

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schuit schuiten
verkleinwoord schuitje schuitjes

Zelfstandig naamwoord

de schuit v / m

  1. (scheepvaart) een eenvoudig open vrachtvaartuig zonder dek, opbouw of aandrijving
    • Het schuitje lag vlak bij de haven in het water te dobberen.
  2. (textielindustrie) bij het weven gebruikte houder met het klosje garen
  3. (schertsend) een grote schoen
    • Wat een schuiten heb je toch!
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

in dezelfde moeilijkheden zitten

Vertalingen

1. een eenvoudig open vaartuig

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "schuit" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. schuit op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be