schuiven - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- schui·ven
Woordherkomst en -opbouw
- In de betekenis van ‘voortbewegen zonder op te tillen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1287 [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs | verleden tijd | voltooid deelwoord |
| schuiven | schoof | geschoven |
| klasse 2 | volledig |
Werkwoord
schuiven
- overgankelijk over de grond verplaatsen
- Hij schoof de doos in de richting van de deur.
▸ Gaandeweg krijgt haar taak een puur fysiek karakter, grote vierkante vrachtpakketten heen en weer schuiven in een 3D-puzzel.[2]
▸ Soms zouden ze als ze naar de aarde kijken bijna alles wat ze weten terzijde willen schuiven en in plaats daarvan geloven dat deze planeet het middelpunt van alles is.[2]
- Hij schoof de doos in de richting van de deur.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. over de grond verplaatsen
Zelfstandig naamwoord
de schuiven mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord schuif
Gangbaarheid
- Het woord schuiven staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "schuiven" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[3] |
Verwijzingen
- ↑ "schuiven" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- 1 2
Samantha Harvey
“In Orbit” (2024), De Bezige Bij
, ISBN 9789403135625 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be