score - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord score scores
verkleinwoord scoretje scoretjes

Zelfstandig naamwoord

de score m

  1. het aantal behaalde punten
    • Je score voor dit spel is 15 punten.
    • Nederland won uiteindelijk toch door een daverende score bij de tv-kijkers thuis. Van het publiek kreeg hij 261 punten, waarmee hij tweede werd achter Noorwegen. [3]
  2. de puntenverhouding in een wedstrijd
    • De score was na twintig minuten nog steeds 1-1.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. het aantal behaalde punten

Werkwoord

vervoeging van
scoren

score

  1. aanvoegende wijs van scoren

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "score" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. score op website: Etymologiebank.nl
  3. Tubantia Stefan Raatgever 19 mei. 2019 Duncan doet waar Nederland na 44 jaar naar smachtte
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

enkelvoud meervoud
score scores

Zelfstandig naamwoord

score

  1. score
  2. twintig, twintigmaal
Afgeleide begrippen