señora - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord señora señora's
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de señora v

  1. aanspreekvorm voor een vrouw in een Spaanstalige context
    • Bij een kraam met wilde groenten lichten Kennedy’s ogen op bij het zien van quelites, een bladgroente. „Señora, hoe maakt u die klaar?”, vraagt ze. De verkoopster antwoordt dat ze ze eerst in ongezouten water kookt, ze afgiet en er dan zout bij doet. [2]
    • De dertigste mei heeft die mensen geen moer geleerd. Ik denk, señora, dat er een veertigste mei moet komen om deze klootzakken te leren over onze eigen identiteit en wat we eigenlijk waard zijn! [3]
Verwante begrippen

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
57 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. señora op website: Etymologiebank.nl
  2. Kracklauer, B. Quinta Diana (22 november 2014) op website: nrc.nl; geraadpleegd 2019-06-10
  3. Garmers, S. geciteerd in: Rutgers, W. Bon dia! Met wie schrijf ik? (1988) Charuba, Oranjestad; p. 187; geraadpleegd 2019-06-10
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Spaans

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
señora señoras

Zelfstandig naamwoord

señora v

  1. mevrouw
  2. echtgenote
  3. eigenares, bazin