semafoor - WikiWoordenboek (original) (raw)

Optische chappe telegraaf

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord semafoor semaforen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

de semafoor m [3]

  1. (communicatie) seintoren voor de kustvaart, seinpaal bij het spoorwezen, stoplicht, verkeerslicht
Synoniemen
Vertalingen

Semafoor

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
78 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "semafoor" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. semafoor op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be