senior - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord senior seniorensenioresseniors
verkleinwoord seniortje seniortjes

Zelfstandig naamwoord

de senior m

  1. de oudere
Synoniemen
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
stellend
onverbogen senior
verbogen seniore

Bijvoeglijk naamwoord

senior

  1. ouder
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. senior op website: Etymologiebank.nl
  2. "senior" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
Naar frequentie 1396 (bijvoeglijk naamwoord)
stellend vergrotend overtreffend
senior more senior most senior

Bijvoeglijk naamwoord

senior

  1. gepensioneerde, senior
Uitdrukkingen en gezegden
Uitdrukkingen en gezegden

een bejaarde

Uitdrukkingen en gezegden
Naar frequentie 4319 (zelfstandig naamwoord)
enkelvoud meervoud
senior senior

Zelfstandig naamwoord

senior

  1. ouder, senior
    «Zesty recipes for seniors»
    Pittige recepten voor senioren
  2. laatstejaarstudent (VS)
Afgeleide begrippen