sintel - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord sintel sintels
verkleinwoord sinteltje sinteltjes

Zelfstandig naamwoord

de sintel m

  1. niet volledig verbrande residu van steenkool
  2. korrelig stolsel dat door een vulkaan uitgeworpen is
Vertalingen

1. niet volledig verbrande residu van steenkool

Engels: ember Tyap: a̱can (kcg)

Gangbaarheid

70 % van de Nederlanders;
60 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. sintel op website: Etymologiebank.nl
  3. "sintel" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be