slang - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- slang
Woordherkomst en -opbouw
- [A] erfwoord via Middelnederlands slange van Oudnederlands slango [1] [2]
- [B] van Engels slang, in de betekenis van ‘groepstaal’ aangetroffen vanaf 1891 [4] [5] [3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | slang | slangen |
| verkleinwoord | slangetje | slangetjes |
Zelfstandig naamwoord
- (reptielen) benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes
vormen
▸ Waakzaam schoten mijn ogen alle kanten op, speurend naar verborgen slangen in het struikgewas.[6] - (techniek) buigzame buis
Synoniemen
- [1] serpent
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
- Listig als een slang
Erg listig, gewiekst zijn
- Een slang aan/in zijn boezem voeden
Goed zijn voor iemand die dat niet toekomt (een verrader, schurk e.d.)
- Als door een slang gebeten
Plotseling zeer verschrikt en/of heftig reageren
Vertalingen
1. benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes vormen
Zelfstandig naamwoord
[B] het slang o
- (taalkunde) woorden of manieren van spreken die kenmerkend zijn voor de informele contacten binnen een bepaalde sociale groep
- Het taalgebruik van monteurs zit vol met vaak onbegrijpelijk slang.
Synoniemen
Anagrammen
Gangbaarheid
- Het woord slang staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "slang" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[7] |
Meer informatie
- [A] Slangen

- [B] Slang (taal)

Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ slang op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 3 "slang" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ slang op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Tim Voors
“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Engels
Uitspraak
- Geluid: slang (VS) (hulp, bestand)
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| slang | slangs |
Zelfstandig naamwoord
slang
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to slang |
| he/she/it | slangs |
| verleden tijd | slanged |
| voltooid deelwoord | slanged |
| onvoltooid deelwoord | slanging |
| gebiedende wijs | slang |
Werkwoord
slang
- onovergankelijk slang gebruiken
- overgankelijk uitkafferen, uitschelden
Werkwoord
- eerste en derde persoon verleden tijd van to sling