slang - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak

(heteroniem)

Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slang slangen
verkleinwoord slangetje slangetjes

Zelfstandig naamwoord

[A] de slang v / m

  1. (reptielen) benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes op Wikispecies vormen
    Waakzaam schoten mijn ogen alle kanten op, speurend naar verborgen slangen in het struikgewas.[6]
  2. (techniek) buigzame buis
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

Erg listig, gewiekst zijn

Goed zijn voor iemand die dat niet toekomt (een verrader, schurk e.d.)

Plotseling zeer verschrikt en/of heftig reageren

Vertalingen

1. benaming voor geschubde dieren met langgerekt lijf en een vaak glad lichaam zonder ledematen, die de onderorde Serpentes vormen

Zelfstandig naamwoord

[B] het slang o

  1. (taalkunde) woorden of manieren van spreken die kenmerkend zijn voor de informele contacten binnen een bepaalde sociale groep
    • Het taalgebruik van monteurs zit vol met vaak onbegrijpelijk slang.
Synoniemen
Anagrammen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[7]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. slang op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2 3 "slang" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. slang op website: Etymologiebank.nl

  6. Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
slang slangs

Zelfstandig naamwoord

slang

  1. (taalkunde) (zeer specifieke) groepstaal, slang
vervoeging
onbepaalde wijs to slang
he/she/it slangs
verleden tijd slanged
voltooid deelwoord slanged
onvoltooid deelwoord slanging
gebiedende wijs slang

Werkwoord

slang

  1. onovergankelijk slang gebruiken
  2. overgankelijk uitkafferen, uitschelden

Werkwoord

  1. eerste en derde persoon verleden tijd van to sling
Synoniemen