Het heeft 's nachts geregend en de volgende dag is het nat en slijkerig in het park. Maar niet getreurd, de kronkelige boompjes geven een diep groen te zien dat meestal onder een laag Madrileens stof schuil gaat, en het meisje heeft al net zulke groene ogen. [1]
Ik fiets langs de rivier naar huis. Alle schijnheilige prietpraat in mijn hoofd gaat verloren in de damp die uit het water sliert. Het bos druipt en ik ploeter langzaam over het slijkerige pad. [2]
‘Wie kennis wil maken met dit fraaie weekdier, welks naam aan het hoofd van dit opstel staat, moet, gewapend met een schepnet, zijn geluk beproeven in een sloot of vaart met slijkerigen bodem en vooral goed diep scheppen’, schreef L. Dorsman. [3]