smash - WikiWoordenboek (original) (raw)
- Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘harde slag’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1950 [1]
de smash m
- (sport) (volleybal, tennis, badminton e.d.) snelle slag waarmee getracht wordt de bal in de helft van de tegenstanders in te slaan
- Met een uitstekende smash wist hij het winnende punt te scoren.
smash
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smashen
- gebiedende wijs van smashen
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van smashen
| 92 % |
van de Nederlanders; |
| 92 % |
van de Vlamingen.[2] |
- ↑ "smash" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
smash
- slag, klap
- (sport) smash
smash
- botsen
- breken
- verpletteren