snit - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord snit snitten
verkleinwoord snitje snitjes

Zelfstandig naamwoord

de snit v / m [5]

  1. manier waarop iets (bijv. een kledingstuk) gesneden of geknipt is
    Terwijl hij bezorgd informeerde of de lange reis niet al te veeleisend was geweest, had hij ongemerkt een kleerborsteltje ergens vandaan gegoocheld, waarmee hij de schouders van mijn jasje fatsoeneerde, waarbij hij zich de gelegenheid niet liet ontgaan om mij te complimenteren met de snit van mijn kostuum.[6]
  2. (kaartspel) bij het bridge de hoogste kaart niet spelen
    • Door snit te spelen kan je soms een slag extra halen.
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

86 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[7]

Verwijzingen

  1. "snit" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. snit op website: Etymologiebank.nl
  3. snit op website: Etymologiebank.nl
  4. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. “Grand Hotel Europa” (2018), De Arbeiderspers op Wikipedia, ISBN 978-90-295-2622-7, p. 14
  7. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be