snoeien - WikiWoordenboek (original) (raw)

Buxus snoeien met de heggenschaar.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
snoeien snoeide gesnoeid
zwak -d volledig

Werkwoord

snoeien

  1. overgankelijk (van planten) terugbrengen op gewenste lengte
    • Hij was de haag aan het snoeien om ervoor te zorgen dat hij niet over de weg zou gaan groeien.
  2. versterkend voorvoegsel (informeel) uitermate, heel erg (snoei- als eerste deel van samengestelde bijvoeglijke naamwoorden)
  3. overgankelijk onderzoeken op de aanwezigheid van zaken waar je belang in stelt
  4. overgankelijk (verouderd) gretig opeten vanwege de smaak
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

1. terugbrengen op gewenste lengte

Vertalingen

1. terugbrengen op gewenste lengte

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[6]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. "snoeien" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. snoei (zeer hard) op website: Etymologiebank.nl
  5. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  6. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be