snufje - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
[2], [3] enkelvoud meervoud
naamwoord - -
verkleinwoord snufje snufjes

Zelfstandig naamwoord

het snufje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snuf
  2. alleen verkleinwoord speciale, nieuwe, handige, onderscheidende eigenschap die een product heeft
    • Deze nieuwe smartphone heeft weer allerlei snufjes die hem beter zou maken dan alle vorige smartphones.
  3. alleen verkleinwoord kleine hoeveelheid van materiaal dat uit korreltjes of poeder bestaat
    • Voeg een snufje zout toe en roer alles goed door elkaar.
Hyponiemen
Typische woordcombinaties

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. snufje op website: Etymologiebank.nl
  3. "snufje" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be