snufje - WikiWoordenboek (original) (raw)
- afgeleid van snuf zn met het achtervoegsel -je [1] [2]
- [2] in de betekenis van ‘nieuwigheid’ aangetroffen vanaf 1561 [3]
het snufje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord snuf
- alleen verkleinwoord speciale, nieuwe, handige, onderscheidende eigenschap die een product heeft
- alleen verkleinwoord kleine hoeveelheid van materiaal dat uit korreltjes of poeder bestaat
- Voeg een snufje zout toe en roer alles goed door elkaar.
| 99 % |
van de Nederlanders; |
| 97 % |
van de Vlamingen.[4] |
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ snufje op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "snufje" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be