somber - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen somber somberder somberst
verbogen sombere somberdere somberste
partitief sombers somberders -

Bijvoeglijk naamwoord

somber

  1. in neergeslagen stemming
    • Hij was in een sombere bui.
      Iedereen hield zijn adem in toen Christa's sombere ogen in de spiegel keken en iedereen ademde opgelucht uit toen er een vage maar gemeende glimlach op haar gezicht verscheen.[2]
      ' 'Otto woont hier ' Nella's stem klinkt somber en uitgeput.[3]
  2. een neergeslagen stemming veroorzakend
    • Er kwam toen een sombere mededeling.
      De kleding van Thea's vader hangt somber aan een deur, en die van haar tante ook, in diepzwarte schakeringen.[3]
  3. (meteorologie) met weinig of geen zon
    • Wat een somber weer is het!
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. in neergeslagen stemming

2. een neergeslagen stemming veroorzakend

Werkwoord

vervoeging van
somberen

somber

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van somberen
    • Ik somber.
  2. gebiedende wijs van somberen
    • Somber!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van somberen
    • Somber je?

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "somber" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3

  2. Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)
    “Tussen rood en zwart” (2014), Uitgeverij Prometheus op Wikipedia, ISBN 9789044625691
  3. 1 2
    Jessie Burton vert. Mieke Trouw-Luyckx
    “Het huis aan de Herengracht” (2022), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024586332
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

stellend vergrotend overtreffend
somber somberer somberest

Bijvoeglijk naamwoord

somber

  1. melancholiek, somber [1], zwartgallig
  2. deprimerend, somber [2]
Schrijfwijzen