sommeren - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
sommeren sommeerde gesommeerd
zwak -d volledig

Werkwoord

sommeren

  1. overgankelijk met autoriteit een bevel geven
    • In 1986 werden de eigenaars van de strandhutten gesommeerd om per oktober hun hutten te ontruimen en af te breken.
  2. overgankelijk (wiskunde) een aantal grootheden optellen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. met autoriteit een bevel geven

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
81 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "sommeren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Wiktionnaire
  3. sommeren op website: Etymologiebank.nl
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Deens

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 3179

Zelfstandig naamwoord

sommeren

  1. nominatief bepaald gemeenschappelijk geslacht enkelvoud van sommer

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
Naar frequentie 2577

Zelfstandig naamwoord

sommeren

  1. nominatief bepaald mannelijk enkelvoud van sommer