spijs - WikiWoordenboek (original) (raw)
- Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘voedsel’ voor het eerst aangetroffen in 1236 [1] [2] [3] [4]
de spijs v / m
- (voeding) bereid voedsel; maaltijd
- De spijzen werden opgediend.
- (voeding) min of meer vloeibaar of kneedbaar mengsel, dat gebruikt wordt voor de bereiding van bepaalde producten
- Paasbrood gevuld met spijs.
- door baggeren of uitgraven verkregen grond
spijs
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijzen
- gebiedende wijs van spijzen
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van spijzen
| 99 % |
van de Nederlanders; |
| 99 % |
van de Vlamingen.[5] |
- ↑ "spijs" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ spijs op website: Etymologiebank.nl
- ↑ spijs op website: Etymologiebank.nl
- ↑ spijs op website: Etymologiebank.nl
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be