splinter - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Een splinter in de vinger

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord splinter splinters
verkleinwoord splintertje splintertjes

Zelfstandig naamwoord

de splinter m

  1. een kleine, langwerpige scherf met een scherpe punt dat van een voorwerp van hard materiaal is, of kan worden afgeslagen
    • Overall lagen glasscherven op de weg, geen wonder dat mijn fietsband lek is, er zit vast een splinter in.
  2. (figuurlijk) een groep van leden die zich hebben afgesplitst van een vereniging of politieke partij, om zelfstandig verder te gaan
    • Die politieke partij is een afscheiding, een splinter van de partij die nu zoveel stemmen verloor.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden

over kleine fouten van een ander vallen, terwijl de eigen grote fouten niet worden gezien

Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
splinteren

splinter

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van splinteren
    • Ik splinter.
  2. gebiedende wijs van splinteren
    • Splinter!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van splinteren
    • Splinter je?

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "splinter" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. splinter op website: Etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Engels

Zelfstandig naamwoord

splinter

  1. splinter
  2. splintergroup