splitsen - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
splitsen splitste gesplitst
zwak -t volledig

Werkwoord

splitsen

  1. wederkerend zich ~: in twee of meer delen uiteen gaan
    • Een stuk verderop splitst de weg zich.
  2. overgankelijk iets ~: in twee of meer delen opdelen
    • Deze aandelen gaan gesplitst worden.
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. in twee of meer delen uiteen gaan

Duits: sich teilen (de) Engels: split (en) Noors: dele (no) seg Nynorsk: dele (nn) seg Spaans: bifurcarse (es)

2. in twee of meer delen opdelen

Duits: spalten (de), teilen (de) Engels: split (en) Noors: dele (no) Nynorsk: dele (nn)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. "splitsen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be