staf - WikiWoordenboek (original) (raw)
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- staf
Woordherkomst en -opbouw
- erfwoord via Middelnederlands staf van Oudnederlands staf, vergelijk Oudhoogduits stab (modern Duits Stab), Oudengels stæf (modern Engels staff) [1] [2]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | staf | staven |
| verkleinwoord | staafjestafje | staafjesstafjes |
Zelfstandig naamwoord
de staf m
- stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon
- Mozes sloeg de steen met zijn staf.
- (militair) leiding van een legereenheid die bestaat uit de bevelhebber en zijn directe omgeving
- (bedrijfskunde) personeel dat directe ondersteuning geeft aan de leiding van een grote organisatie
Opmerkingen
- Betekenissen 2 en 3, waarbij gedoeld wordt op door meer personen ondersteunde leidinggevenden is door middel van beeldspraak van betekenis 1 afgeleid; het meervoud en verkleinde vormen zijn in deze betekenissen minder gangbaar.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1. een stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon
Gangbaarheid
- Het woord staf staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "staf" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
|---|---|
| 100 % | van de Vlamingen.[4] |
Meer informatie
- Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.
Verwijzingen
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ staf op website: Etymologiebank.nl
- 1 2 "staf" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be