staf - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord staf staven
verkleinwoord staafjestafje staafjesstafjes

Zelfstandig naamwoord

de staf m

  1. stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon
    • Mozes sloeg de steen met zijn staf.
  2. (militair) leiding van een legereenheid die bestaat uit de bevelhebber en zijn directe omgeving
  3. (bedrijfskunde) personeel dat directe ondersteuning geeft aan de leiding van een grote organisatie
Opmerkingen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

1. een stok bedoeld voor ondersteuning of onderscheiding van een persoon

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. staf op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2 "staf" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be