starten - WikiWoordenboek (original) (raw)

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde wijs verleden tijd voltooid deelwoord
starten startte gestart
zwak -t volledig

Werkwoord

starten

  1. overgankelijk iets op gang brengen
    • Hij had zijn motor nog niet gestart.
  2. ergatief ergens een begin mee maken
    • Hij is al vroeg in de morgen gestart.
      Ze leek precies op Meg Ryan uit de film The Doors met haar ronde zonnebrilletje en blije hippie-uitstraling. Deze 21-jarige Jet uit Madison, Wisconsin, was een week voor mij gestart en had een enorme hoeveelheid tatoeages.[3]
      Hierdoor starten de meeste North Bounders (NOBO) tussen maart en mei om in september het eindpunt te bereiken.[3]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

2. ergens een begin mee maken

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. "starten" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  2. starten op website: Etymologiebank.nl
  3. 1 2
    Tim Voors
    “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be

Deens

Woordafbreking
Naar frequentie 2114

Zelfstandig naamwoord

starten, g

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van start

Noors

Woordafbreking
Naar frequentie 2915

Zelfstandig naamwoord

starten,

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van start

Nynorsk

Woordafbreking

Zelfstandig naamwoord

starten, m

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van start